Recensie Awater: “een uitweg in de natuur”

Een mooie aandachtige lezing van Half heel door Anne van den Dool in Awater: “Hier blijkt toch de winst van de verbeeldingskracht, die je kunt gebruiken om jezelf, en de wereld om je heen op hun best voor te stellen.”

Wooncrisis — essay in NRC

Esther Naomi Perquin en ik schreven samen voor NRC een essay over de wooncrisis die ons beide raakt(e). Omdat we in het publieke debat de wezenlijke, menselijke aspecten van deze crisis onvoldoende terughoorden, gingen we te rade bij de poëzie.

 

Wiegelied voor de stad op poster

Hij stond in 2019 in NRC en is nu op een poster beland, het gedicht ’Wiegelied voor de stad‘.  Het was een idee van dichter/boekhandelaar Joost Baars om dit gedicht op posterformaat af te drukken. Omdat het actueler dan ooit is nu de stad  uit haar coronasluimer is ontwaakt en iedereen weer als vanouds door de straten jakkert, in wat lijkt op een strijd om ruimte, succes en wie druk-drukker-drukst is.

 

Boekverkopersrecensie

Joost Baars, zelf begenadigd dichter, werkt ook bij Atheneum Boekhandel van Rossum in Amsterdam en schreef een mooie kleine wikkelrecensie voor om Half heel.

“Mooie bundel waar tuin- en natuurlyriek en politiek samenkomen in verrassend heldere, muzikale en kwetsbare gedichten.”

 

Recensie Ons Erfdeel: “harde, krachtige beelden”

Het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel publiceerde een uitgebreide recensie van Half heel in het licht van de twee eerder verschenen dichtbundels Anders komen de wolven (2006) en Rijgen (2013). Liefhebbers van dit eerdere werk kunnen volgens de recensent “hun hart ophalen met Half heel.”

Nog een citaat: “Met gedichten die barsten van slim geplaatste assonanties en alliteraties heeft het hardop lezen van Half heel een enorme meerwaarde (…) Naast ritmisch en muzikaal is Tonks schrijfstijl is vooral heel eerlijk. Dat levert veel harde, krachtige beelden op.”

Taal als basis van het bestaan

In een aandachtige recensie in Meander Magazine wordt het gedicht Pachtgrond’ uit Half Heel geciteerd. “Uit dit gedicht komt het strakke ritme naar voren dat Tonk hanteert, zoals ze ook rijkelijk gebruik maakt van alliteratie en assonantie. Taal hoort volgens haar tot de basis van het bestaan, net zoals grond en geheugen.”

De recensie sluit af met het gedicht ‘Is dit chocola’ en de volgende analyse: “De twijfelaars zijn verdraagzamer dan de profeten. Het doet denken aan Bloems gedicht Dichterschap: ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten, / Voor de rechtvaardiging van een bestaan, (…)’. Gelukkig heeft Tonk haar humor weten te behouden, maar de angst voor de toekomst delen we met haar.”

 

Podium op Zaterdag

Op zaterdag 3 juli was ik met drie gedichten uit ‘Half Heel’ te horen in het radioprogramma Podium op Zaterdag, met Wouter Pleijsier. Op radio 4, in het tweede uur. Het is online terug te luisteren. Vanaf ongeveer 1:19 uur start de introductie gevolgd door het eerste gedicht, ‘Ik ben grond’. Daarna meteen ‘Wiegelied voor de Stad’ en ‘Papa kachelpijp’.

Beuister het via deze link

De presentator van Podium op Zaterdag, Wouter Pleijsier, kwam naar de uitgeverij om mijn gedichten op te nemen. Daar zat ik ingeklemd tussen twee kartonnen Louis van Gaals (vanwege de geluidsdemping) voor zijn microfoon.

Half Heel

De nieuwe dichtbundel Half Heel verscheen eind mei 2021.

Uit de aanbiedingsbrochure van Uitgeverij Nieuw Amsterdam:

“In Half Heel wordt de liefde bezongen voor een kind, een geliefde, een stervende vader, zusjes, een lap grond aan de rand van de stad, voor de verbeelding. Dwars door die liefde schrijnt de pijn van verlies. Van diersoorten en tailles die verdwijnen, van een wegstervende 20e eeuw en de levens die zij voortbracht, van het verlangen naar volle aandacht voor de dingen. Meedogenloos, maar ook met humor en wijsheid dicht Florence Tonk de wereld aan elkaar. Een krachtige en unieke dichter op haar best.”

“Uit dit werk klinkt een vrouwenstem die ik  eerder nergens hoorde of las in gedichten. Nee wacht! Dit werk stamt uit de school van Erika Dedinsky. Taal als oerkracht.” Anne Vegter

Omslagontwerp: Herman van Bostelen

Vertaalde poëzie bij ‘Ons Erfdeel’

Ons Erfdeel/The Low Countries liet vorig jaar een gedicht van mij vertalen naar het Engels door  poëzievertaler Paul Vincent. Zij kozen voor het gedicht ‘Een eigen oceaan’, dat ik eerder publiceerde in het Vlaamse poëzietijdschrift Het Liegend Konijn. Ik schreef het gedicht in 2018, in opdracht van het Nederlands Symfonie Project bij het Vierde Pianoconcert van Rachmaninov.

De vertaling werd gepubliceerd in vaste rubriek ‘Friday Verses’ op de website van Ons Erfdeel, waar ook de Nederlandse versie te lezen is.

An Ocean of its Own

I did not know I would be gone
forever when I left
when the century was almost over
in which jazz and a little later the two
of you were born, in the midst of
the murderous storm which in this corner
of the world, where I arrived,
would provide a few decades
of care, a conscience we could
not guarantee for long since
a new set of czars arose
new and different, yes, I call it evil,
and people are seduced again
they have forgotten the storm.

I left home as one does
could not know we wouldn’t be able
to talk anymore, that the two of you
were in fact already my children, that I would bear
a child of my very own, its eyes
yours, father, its love of summer fruit
yours, mother.
I went away. What lay between
us obtained its own measure,
an ocean of its own.

Wiegelied voor de stad in NRC

Het gedicht ‘Wiegelied voor de stad’ schreef ik al ruim een jaar geleden. Op zaterdag 12 oktober jl. stond het in de Amsterdambijlage van NRC. Een passende plek.

Lezing in de Leidse Hortus Botanicus

Woensdag 25 september geef ik een lezing in de Hortus Botanicus van Leiden. Aanleiding: mijn werk  als initiatiefnemer van de Wolkerstuin op Amstelglorie. Het programma in de hortus maakt deel uit van een groter programma rond Wolkers in Leiden. Ik zal vertellen over Wolkers’ liefde voor zijn volkstuin, een liefde die voor mij als volkstuinder en schrijver erg herkenbaar is. Ook vertel ik hoe we op Amstelglorie de tuin en het huisje van Wolkers, die er tuinierde van 1972-1980, in ere hebben hersteld. Onder meer door alle plantennamen uit zijn dagboeken te vissen en door bepaalde planten terug te halen uit zijn tuin op Texel, of opnieuw te kopen.

Tuinieren en schrijven omringd door een tuin, het is een beproefd recept. Vandaar dat we van de Wolkerstuin ook een gastschrijversverblijf hebben gemaakt.

 

De Wolkerstuin op Amstelglorie. (Foto door Rob van Essen)

 

 

 

Wegens succes verlengd

In een tweede reeks cursusbijeenkomsten in Huis de Pinto gaan we weer veel poëzie lezen en bespreken. Dit keer gaan we aan de hand van thema’s aan het werk. In het midden van de cursus verwelkomen we schrijver en poëzieliefhebber Thomas Verbogt en dichter Mustafa Stitou  als gasten. Zij zullen hun eigen favoriete gedichten met ons zullen delen en bespreken.

  • 10 januari: melancholie en vergankelijkheid
  • 14 februari: liefde (gast: Thomas Verbogt)
  • 14 maart: lichtheid en humor (gast: Mustafa Stitou)
  • 11 april: eigen inbreng van cursisten

kosten voor de hele reeks 50 euro | kosten voor een losse avond 15 euro
maximaal 15 deelnemers | reserveren via salon@huisdepinto.nl

 

Het plafond in de leeszaal van Huis de Pinto waar(onder) de cursus plaatsvindt.

Verlangen

Ik werd geboren in de langste nacht. Eigenlijk moet de winter dan nog beginnen. Toch voelt het voorjaar vanaf die dag al dichterbij. De dagen worden langer in plaats van korter en ik ga halsreikend uitkijken naar het langzame ontwaken van mijn tuin en bosjes zoals deze. Door mij geteeld en geplukt, gefotografeerd door Herman van Bostelen. Het flesje vond ik ooit bij een verlaten boerderijtje in Oekraïne. Ik vermoed dat er medicijnen in hebben gezeten. Nu zit er een ander soort medicijn in.

Optreden met Nederlands Symfonie Project

Op vrijdag 24 en zaterdag 25 augustus trad ik op met een nieuwe gedichtencyclus speciaal geschreven voor het Nederlands Symfonie Project.

  • Vrijdagavond 24 augustus in de Eusebius kerk in Arnhem,
  • Zaterdagavond 25 augustus in De Duif in Amsterdam.

Een speciale selectie van conservatoriumstudenten speelde stukken van Hendrik Andriessen (Ricercare), Rachmaninov (Vierde Pianoconcert) en Sjostakovitsj (Vijfde Symfonie). Dansers van het ArtEZ conservatorium in Arnhem toonden een choreografie bij Ricercare. Ik droeg bij ieder stuk een gedicht voor, met als overkoepelend thema isolement. De drie gedichten reageren op de verhalen over het ontstaan van de muziekstukken en werden een soort persoonlijk afscheid van de 20e eeuw.

Mijn speech bij de opening van de Wolkerstuin

Welkom iedereen, welkom Karina en Onno.

De eerste naam die Jan Wolkers aan zijn tuinhuis gaf, in 1972-73 was Het Smolny, naar een instituut voor adellijke meisjes in Sint-Petersburg, dat in 1917 het centrum van de proletarische revolutie werd. Later noemde hij het huisje Manderley, naar een landhuis in een roman van Daphne du Maurrier. Voor wie vanmiddag een rondleiding heeft gehad op de Wolkerstuin, even ter contrast beste mensen: Dit is het Smolny.

Waarom vertel ik dit? Nou hierom:

We zaten in dit clubhuis, in die hoek, in het voorjaar van 2016, nadat we in de krant hadden gelezen dat Amstelglorie door de gemeente Amsterdam was aangemerkt als strategische woningbouwlocatie. Onze huidige voorzitter, Erik Teusink was erbij, Teun van der Keuken, Anne Mariken Raukema, André Nientied. We waren geschrokken maar ook strijdlustig en zaten vol ideeën. Hoe maken we de wereld duidelijk bijzonder en waardevol deze volkstuinen zijn? Hoezeer Amstelglorie van belang is voor de buurt, de stad? Een stuk levende geschiedenis, landschapsgeschiedenis, ecologie, erfgoed? “We zouden een museum, nee een schrijvershuis moeten maken van het voormalige tuinhuis van Jan Wolkers,” riep ik.

Ten strijde
Net als Wolkers in de jaren 70, schrijf ik hier sinds 11 jaar boeken, meer schrijvers zouden dat moeten kunnen doen, vond ik. Alles van waarde hoeft niet weerloos te zijn: ten strijde!
Dat was het begin van de de Wolkerstuin op Amstelglorie. Samen zijn we begonnen om het waar te maken. Er ontstond een bijzondere magie, geluk, misschien. Maria Vlaar kwam bij onze groep, als oud-redacteur van Wolkers van onschatbare waarde vanwege haar netwerk, haar geweldige bestuurlijke ervaring en talent om subsidie aan te vragen. En die subsidies kregen we van het Lirafonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland. Met Hans Levendig onze huisaannemer zijn we het huisje gaan bekijken, vloertegels gaan lostrekken. We zagen het vergeetmenietblauw, dat Jan er veertig jaar geleden op smeerde, nog zitten.

Dorpje van Asterix en Obelix
Maria nodigde Karina Wolkers uit, die tot onze blijdschap ook wilde komen en met ons vele aanwijzingen en herinneringen aan haar voormalige tuinhuis deelde. Hoe zag de tuin eruit, hoe het huisje? Kiki Coumans en ik spitten de dagboeken door op plantennamen, inrichting. Onno Blom, Kester Freriks en anderen schreven over ons project in de krant. En toen zijn we gaan renoveren, bouwen, met een groeiende groep vrijwilligers die zich allemaal verbonden gingen voelen met het “Wolkershuisje” zoals we het hier op het park noemen. Sommigen van deze mensen, zoals Wim Hemker en de familie Wildeboer, hebben Jan en Karina persoonlijk nog gekend. Stuk voor stuk hadden ze goede herinneringen aan hen. Hoe aardig, hoe gewoon én hoe speciaal ze waren. En zo werd Jan Wolkers, postuum, een soort beschermheer van Amstelglorie. Honderdeneen jaar na de Russische revolutie is zijn tuinhuis symbool geworden voor ons kleine verzet, onze strijd voor het behoud van groen in groeiend Amsterdam. Als het dorpje van Asterix en Obelix hielden we stand: tegen het grote geld, tegen het uitsluitend denken in economisch rendement. Volk dat zich landheer voelt ‘op de tuin’, dat zijn wij, en dat was Wolkers.

Graven van pachtgrond
De Wolkerstuin staat daarmee symbool voor onze gezamenlijke geschiedenis en verbondenheid met deze grond, dit bijzondere en prachtige stuk klei en veen in de Amstelscheg. De Wolkerstuin staat voor verbondenheid met de natuur, met elkaar, met de stad en de buurt. Voor alles wat we de afgelopen jaren voor de zoveelste keer uit de klauwen van projectontwikkelaars hebben weten te redden. Dank aan velen hier in de zaal, voor al jullie steun, hulp en inzet bij het realiseren van dit mooie schrijfhuis op ons park. Maria gaat straks al jullie namen noemen.

Wolkers, die zijn tuinhuis zulke adellijke namen gaf, was hier op Amstelglorie een graaf van pachtgrond. En wij Amstelglorianen doen, en zijn, dat allemaal: graven van pachtgrond. Daarover schreef ik in 2015 een gedicht waar ik graag mee afsluit: 

 

Pachtgrond

Wees op de troost
die je beplantte,
waar je verbouwde
een blauwgroene
schuur bouwde waar
je rivierklei, roet
af moet wassen (de uitlaatgassen)
verkeer op je troost
in de oksel van wegen

waar je niet woont maar huist
een plek om te weten
wat er moet gebeuren waar
je vandaan komt, je plaats is
wat je verloor of niet
langer wil weten

ben, wees op die plek
om stekken, lege handen
volle agenda’s de grond
in te steken
verlaten te zaaien, beul
je af, graaf
van pachtgrond om scherven
uit andere eeuwen te oogsten
gedichten
te slapen, te lezen.

(dit gedicht verscheen in het Vlaamse poëzietijdschrift Het Liegend Konijn in 2015)

 

De Wolkerstuin op Amstelglorie

Nadat we hoorden dat Amstelglorie bebouwd ging worden, werd ik een soort van activist voor het behoud van groen in groeiend Amsterdam. In een eerste actiebijeenkomst opperde ik dit idee: een schrijvershuis op ons volkstuinpark en wel op de voormalige volkstuin van Jan en Karina Wolkers. Het idee werd omarmd op het park en door Karina Wolkers. Samen met de hulp van heel veel andere vrijwilligers, financiële steun van het Prins Bernhard Cultuurfonds, het Lirafonds en Amstelglorie zelf, hebben we een prachtig stuk erfgoed opgeknapt en gereed gemaakt voor gastschrijvers en natuureducatie. De bouwplannen op Amstelglorie, in de kop van de Amstelscheg, zijn sinds september 2017 van de baan. Op 3 juni 2018 werd de Wolkerstuin op Amstelglorie geopend.

In dit NRC-stuk meer over de voormalige tuin en tuinhuis van Jan en Karina Wolkers. En waarom ik in mijn ”gloedvolle speech” het park vergeleek met het dorp van Asterix en Obelix. Ik zal binnenkort mijn speech plaatsen samen met foto’s van hoe het huisje en tuin er nu uitzien.

De volkstuin van Wolkers in 1973. (Foto Collectie Wolkers)

Op televisie

Op 1 mei jl. was ik 5 minuten te zien op de Nachtzoen waarin ik iets zei over het verschrikkelijke rangschikken, de meetgekte van deze tijd, en waarom we het tellen zouden moeten staken om de verbeelding en het verdwalen weer een kans te geven.

 

Het Liegend Konijn

Eens in de zoveel tijd mailt de Vlaamse dichter/prozaïst Jozef Deleu mij met de vraag of ik nog gedichten heb voor zijn mooie poëzie magazine, Het Liegend Konijn. Ik ben een trage dichter, maar het feit dat hij werk van me wil hebben zorgt voor de nodige aansporing. Na zo’n bericht van Deleu ga ik kijken in aantekeningen, naar bouwsels, geraamten van gedichten: wat is af, wat kan af, wat moet er nog gebeuren? Is dit het Het Liegend Konijn-waardig? Een grote publicatie met vijf lange gedichten vormde zo de basis voor mijn bundel Rijgen. Daarom ben ik blij dat er weer wat nieuw werk in de wereld staat in het nieuwste nummer van dit bijzondere tijdschrift.

 

On tour met Sanneke van Hassel

Waar

Wat

…hebben een topadvocaat, jonge moeder, klusjesman en oudere hulpverlener met elkaar gemeen?

Ze wonen in de grote stad en in de romans van Sanneke van Hassel en Florence Tonk. Ze bewonen ieder hun eigen ‘bubbel’, leven langs elkaar heen, maar raken ook met elkaar in strijd om ruimte, status, klasse, wereldbeeld. De stad, een plek waar het recht van de sterkste en de rijkste voorop lijkt te staan, maar waar mensen ook gewoon kwetsbare, wezens blijken te zijn, ieder met hun eigen hunkeringen en verleden.

Tonk en Van Hassel praten over wat hen inspireerde tot Stille Grond en IJsheiligen. Ook gaan zij in gesprek met het publiek en beantwoorden vragen.

Ook interesse in een schrijversbezoek?
Neem contact op met Dorine Holman, literair agent.

Tot zover de reacties op IJsheiligen

“In haar tweede roman, een behoorlijk meeslepende geschiedenis, voert Florence Tonk twee broers op die elkaar veertig jaar niet zagen. (…) De toon is luchtig en laconiek, maar er is ook voldoende psychologische diepgang. Het verhaal heeft vaart en er is veel oog voor grappige details. En het is nog spannend ook. Tonk weet de spanning er zelfs zo goed in te houden dat ik de roman maar moeilijk weg kon leggen.” Janet Luis, NRC

“Florence Tonk weet te ontroeren met een verhaal dat actueel, persoonlijk en maatschappelijk interessant is.”  Flow

“In IJsheiligen beschrijft Florence Tonk wat er gebeurt als twee mannen met een totaal tegengestelde levensfilosofie worden gedwongen worden met elkaar in conflict te gaan. (…) Wat IJsheiligen zo bijzonder maakt, is dat Tonk er steeds weer in slaagt de lezer op het verkeerde been te zetten.” ****(vier sterren), Knack

“Au, wat doet dit boek pijn. (…) Wat een rake en goed geschreven observatie van het menselijk onvermogen.” Zin Magazine

“Tonk weet haar karakters op onnadrukkelijke wijze, mooi te schetsen en de spanning mooi op te bouwen.” Noord-Hollands Dagblad

“Het boek wegleggen tijdens het lezen is geen optie, het verhaal zuigt je mee totdat je het boek, na een onverwachte ontknoping, dichtslaat.” ***** (vijf sterren) Hebban.nl

“Tonk schrijft boeiend en haar roman houdt de lezer vast van begin tot eind. Haar taalgebruik is fraai en beeldend, haar karakterbeschrijvingen variëren van treurig tot dodelijk, van star tot liefdevol. Mooi gedaan.” Leeskost.nl

“Waarom ik dacht dat het een prettige weglezer zou zijn weet ik niet, de lieve verstrengelde boompjes op de omslag misschien, de soepele schrijfstijl? Maar het is een verraderlijk onderkoeld geschreven drama over het onvolmaakte leven dat ik u van harte aanbeveel.” Marlèn Nolta, Boekhandel Van Pampus

“Goed opgebouwde en mooi vertelde roman over twee broers die het Bijbelse Kaïn en Abelmotief doen herleven. Florence Tonk is een goede verhalenvertelster en zet enkele keren de lezer op het verkeerde been. Ook zorgt ze voor een relatief verrassende afloop, die je als lezer niet kan voorzien.” Scholieren.com

“Tonk omschrijft in IJsheiligen op een spannende wijze het verschil in rangen en standen binnen de familie en de illusie van vrijheid. De uiteindelijke ontknoping is verrassend en onvoorspelbaar. Een fraaie en boeiende roman! Ik geef het boek 4 sterren.” Lezer op Bol.com

NRC over IJsheiligen

Janet Luis schrijft in NRC (8 september, 2017) een mooie recensie over IJsheiligen:

“In haar tweede roman, een behoorlijk meeslepende geschiedenis, voert Florence Tonk twee broers op die elkaar veertig jaar niet zagen. (…) De toon is luchtig en laconiek, maar er is ook voldoende psychologische diepgang. Het verhaal heeft vaart en er is veel oog voor grappige details. En het is nog spannend ook. Tonk weet de spanning er zelfs zo goed in te houden dat ik de roman maar moeilijk weg kon leggen.”

Zuidas enzo

IJsheiligen wordt getipt in het blad Zie Oud Zuid, wat verspreid wordt in heel Amsterdam Zuid, ofwel dé habitat van Amsterdamse Zuidas advocaten. Tijd dat zij dit boek allemaal gaan lezen. Want zo kun je het plot dus ook beschrijven: