Interviewer in de bibliotheek van Wageningen

Op de stekgrond van mijn eigen schrijverschap, in het leeslekkerland van mijn jeugd: de openbare bibliotheek Wageningen, ga ik op 23 november in gesprek met succesauteurs Erna Sassen en Thomas Olde Heuvelt. Een gesprek over (jeugd)literatuur, vakmanschap, hoe emoties een rol spelen in je werk, evenals het decor van je jeugd. Over taligheid, research en de kunst om de taal en spraak van personages te benaderen. Wees welkom!
Reserveren kan hier: https://lnkd.in/e6aPJC_v

Nieuw werk in Het Liegend Konijn

Het veelgeprezen literaire tijdschrift, Het Liegend Konijn, onder redactie van Jozef Deleu, bestaat dit jaar 20 jaar. In het tweede jubileumnummer van 2022 dat onlangs verscheen, publiceerde ik drie gedichten. De Vlaamse hoogleraar Literatuurwetenschap en Nederlandse Letterkunde, Dirk de Geest, schreef een recensie op de recensiewebsite Mappalibri. Hij prijst daarin de inzendingen van verschillende dichters als Ruth Lasters, Wiljan van den Akker en Lut de Block. Ook schreef hij dit: “En als ik dan toch één naam speciaal moet noemen: de gedichten van Florence Tonk hebben op mij een bijzonder sterke indruk gemaakt.”

 

 

 

Nieuw verschenen!

De tuin is er altijd, wat je ook bezighoudt. Daarover gaat dit boekje, dat ook een kleine hommage bevat aan mijn grootmoeder Marie. Over wat je in een tuin stopt en er weer uit kunt halen. Ik maakte het voor Uitgeverij Loopvis in hun mooie serie Kakkerlakjes, samen met zeefdrukkunstenaar en illustrator Merlijne Marell die de prachtige illustraties maakte. Kakkerlakjes zijn verstuurbare boekjes van twintig pagina’s tekst en beeld. Een mooi cadeau om op te sturen naar iemand die je dierbaar is. Dit boekje ligt binnenkort in winkels en is ook te bestellen bij Loopvis.

 

 

Recensie ‘Verhaal van Nederland’ in NRC

(Rubriek ‘Iedereen LeestNRC 23-02-2022)

Door Hendrik Spiering

“Een groot voordeel van het boek Het verhaal van Nederland boven de gelijknamige populaire tv-serie is dat je niet voortdurend al die ernstige gezichten ziet bij de historische ensceneringen. Dit is gewoon een lekker boek dat net als de tv-serie een mooi tableau neerzet van de Nederlandse geschiedenis. Het behandelt alle onvermijdelijke punten (de vermoorde graaf Floris V, prins Willem van Oranje, de Franse Tijd, Jodenvervolging in 40-45, enzovoorts), maar gelukkig ook minder traditionele verhalen. Zoals de armoe die vrijwel alle eeuwen teisterde.

En fijn zijn ook de biografietjes van belangrijke vrouwen, zoals de religieuze leider Salome Sticken in de vijftiende eeuw, de achttiende-eeuwse schrijvers Betje Wolff en Aagje Deken en natuurlijk de daadkrachtige feministe Aletta Jacobs, die eind negentiende eeuw als eerste vrouw afstudeerde aan een Nederlandse universiteit. Met veel handige kaders en overzichtelijke tijdbalken is het boek geschikt als eerste kennismaking met de geschiedenis van Nederland, maar ook om oude kennis op te halen.

Het is vlot geschreven door de romancier en journalist Florence Tonk (met medewerking van Louise Koopman) op basis van de research die verricht werd voor de tv-serie. De nadruk ligt wel veel op de donkere kant van de geschiedenis: de corrupte regenten, de armoe, de slavernij en de ellende van de oorlogen. Soms lijkt die neiging iets te ver doorgezet. Natuurlijk was de zeventiende-eeuwse Republiek een oorlogsmachine, maar of die dure Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje nu echt zo veel geld opleverde, lijkt me de vraag. Het meeste geld in Holland werd nog altijd verdiend met de vreedzame graan- en houthandel op de Oostzee (waarvoor, oké, ook wel eens Kopenhagen moest worden aangevallen).

Jammer is dat het mooi geïllustreerde boek veel slordigheden in de tekst heeft. Haastwerk, vermoed ik, want één extra correctieronde door een paar vakhistorici en de meeste waren er wel uitgehaald. Want de Frankische taal is niet ‘verwant aan het Latijn’, sterker nog: van alle talen lijkt het Nederlands nu nog het meest op dat oude Frankisch. En tijdens de pestepidemie van de veertiende eeuw was de sterfte onder Joden ook echt niet lager dan onder andere bevolkingsgroepen, en dat niet-bestaande feit kan dus ook niet in verband staan met het rauwe antisemitisme dat toen oplaaide. Evenmin had Spanje in de zestiende eeuw een grote Joodse en islamitische minderheid – een pijnlijke fout, omdat die al in 1492 allemaal het land uit waren gezet of zich noodgedwongen hadden laten bekeren.

Aan de andere kant is de hoeveelheid details en kleine feiten echt prijzenswaardig. Die zetten je ook aan het denken. Neem het fascinerende en gruwelijke gegeven dat er in de zeventiende eeuw elk jaar zo’n 6.000 à 7.000 nieuwe zeelieden nodig waren om de sterfte op de schepen te compenseren. Zes- à zevenduizend! Of dat er op een totale bevolking van vier miljoen in de zeventig jaar na 1584 ongeveer 150.000 vluchtelingen uit de zuidelijke Nederlanden naar het noorden kwamen. Dat zijn er gemiddeld amper tweeduizend per jaar. Maar goed, die bleven dus wel leven.”

Lezing over Het Verhaal van Nederland

Bij Boekhandel Broekhuis in Deventer gaf ik in mei 2022 een lezing over het boek bij de serie Het verhaal van Nederland. Iedereen uit het publiek had de televisieserie uiteraard gezien en kwam nu ook het boek kopen, gesigneerd.

Omdat ik in Deventer was, en hoofdstuk 5 over de late Middeleeuwen zich deels in deze Hanzestad afspeelt, heb ik daar de lezing op toegespitst. Met onder meer aandacht voor de Moderne Devotie, Geert Grote, Salomé Sticken, Karel de Vijfde en de pestpandemie.

Wie interesse heeft in een lezing over dit boek kan contact opnemen met Dorine Holman of de Schrijverscentrale.

Mijn lezing bij Boekhandel Broekhuis in Deventer

 

Een gedicht voor de OBA, voor Oekraïne

In 2010 verscheen mijn romandebuut Blijf bij Ons, een boek over Oekraïne. Gebaseerd op ruim een jaar wonen en research in dat land. Bij mijn weten was het misschien wel de eerste Nederlandse roman over Oekraïne. Zo kwam de Openbare Bibliotheek Amsterdam bij mij terecht. Ze vroegen me een gedicht te schrijven voor Oekraïne. Het is te lezen op beeldschermen in de bibliotheek en op een ansichtkaart. Op die manier wilde de bibliotheek haar solidariteit tonen met het land, maar ook met de vele vluchtelingen die naar ons land komen. Voor degenen die in Amsterdam en omstreken terecht zijn gekomen heeft de OBA een speciaal programma gemaakt ter ondersteuning.

Het was een mooie opdracht. Het honorarium schonk ik aan mijn vrienden in het Oekraïense dorp waar ik veel tijd doorbracht in 2006 en 2007, en waar het fictieve dorp ‘Zagoeblene’ uit mijn roman op is gebaseerd. Die dorpsnaam werd me aangereikt door mijn vriendin Olena, daar geboren en getogen. Zagoeblene is Oekraiëns voor ‘verdwenen in de tijd en de geschiedenis.’ En met deze verschrikkelijke oorlog is het daadwerkelijk verdwenen in de tijd. Het echte dorp van Olena is meegesleurd in de geschiedenis, zoals dat al zo vaak gebeurde met Oekraïne. In het echte dorp worden door Olena en haar moeder Svetlana voedzame maaltijden in wekflessen ingemaakt voor Oekraïense soldaten. Er worden camouflagenetten geweven en vluchtelingen uit het oosten opgevangen. Het normale leven lijkt er stilgevallen. Ik hoop maar dat ze veilig blijven, mijn lieve vrienden, in hun speldenprikje op de kaart van dat mooie, uitgestrekte land met haar moedige, humorvolle, gastvrije en poëtische bewoners.

Het verhaal van Nederland, het boek bij de serie

Op 2 februari verscheen Het verhaal van Nederland, het boek dat ik maakte bij de populaire geschiedenisserie op NPO1, gepresenteerd door Daan Schuurmans. Tijdens het schrijven werkte ik samen met de geweldige eindredacteur en researcher van de serie Hasan Evrengün. De inhoudelijke lijn van de serie vormde mijn leidraad, net als de vele interviews met experts zoals historici, curatoren en archeologen. Daar heb ik extra verdieping, onderbelichte vragen of groepen aan willen toevoegen. Ik heb het boek zo toegankelijk mogelijk willen maken, met veel beeld, beeldende taal, aanvullende uitleg en informatie in kaders en vaste rubrieken. Lezen over geschiedenis vanuit verwondering, nieuwsgierigheid, nuance en medemenselijkheid.

Athenaeum Boekhandel plaatste een leesfragment uit het hoofdstuk over de zeventiende eeuw.

Hoofdstuk 7 waarvan een leesfragment te vinden is op de website van Athenaeum Boekhandel.

 

De opening van hoofdstuk 8, over het einde van de achttiende eeuw, een tijd van revolutie, oorlogen en grote maatschappelijke onvrede.

Recensie Awater: “een uitweg in de natuur”

Een mooie aandachtige lezing van Half heel door Anne van den Dool in Awater: “Hier blijkt toch de winst van de verbeeldingskracht, die je kunt gebruiken om jezelf, en de wereld om je heen op hun best voor te stellen.”

Wooncrisis — essay in NRC

Esther Naomi Perquin en ik schreven samen voor NRC een essay over de wooncrisis die ons beide raakt(e). Omdat we in het publieke debat de wezenlijke, menselijke aspecten van deze crisis onvoldoende terughoorden, gingen we te rade bij de poëzie.

 

Wiegelied voor de stad op poster

Hij stond in 2019 in NRC en is nu op een poster beland, het gedicht ’Wiegelied voor de stad‘.  Het was een idee van dichter/boekhandelaar Joost Baars om dit gedicht op posterformaat af te drukken. Omdat het actueler dan ooit is nu de stad  uit haar coronasluimer is ontwaakt en iedereen weer als vanouds door de straten jakkert, in wat lijkt op een strijd om ruimte, succes en wie druk-drukker-drukst is.

 

Boekverkopersrecensie

Joost Baars, zelf begenadigd dichter, werkt ook bij Atheneum Boekhandel van Rossum in Amsterdam en schreef een mooie kleine wikkelrecensie voor om Half heel.

“Mooie bundel waar tuin- en natuurlyriek en politiek samenkomen in verrassend heldere, muzikale en kwetsbare gedichten.”

 

Recensie Ons Erfdeel: “harde, krachtige beelden”

Het Vlaams-Nederlandse tijdschrift Ons Erfdeel publiceerde een uitgebreide recensie van Half heel in het licht van de twee eerder verschenen dichtbundels Anders komen de wolven (2006) en Rijgen (2013). Liefhebbers van dit eerdere werk kunnen volgens de recensent “hun hart ophalen met Half heel.”

Nog een citaat: “Met gedichten die barsten van slim geplaatste assonanties en alliteraties heeft het hardop lezen van Half heel een enorme meerwaarde (…) Naast ritmisch en muzikaal is Tonks schrijfstijl is vooral heel eerlijk. Dat levert veel harde, krachtige beelden op.”

Taal als basis van het bestaan

In een aandachtige recensie in Meander Magazine wordt het gedicht Pachtgrond’ uit Half Heel geciteerd. “Uit dit gedicht komt het strakke ritme naar voren dat Tonk hanteert, zoals ze ook rijkelijk gebruik maakt van alliteratie en assonantie. Taal hoort volgens haar tot de basis van het bestaan, net zoals grond en geheugen.”

De recensie sluit af met het gedicht ‘Is dit chocola’ en de volgende analyse: “De twijfelaars zijn verdraagzamer dan de profeten. Het doet denken aan Bloems gedicht Dichterschap: ‘Is dit genoeg: een stuk of wat gedichten, / Voor de rechtvaardiging van een bestaan, (…)’. Gelukkig heeft Tonk haar humor weten te behouden, maar de angst voor de toekomst delen we met haar.”

 

Podium op Zaterdag

Op zaterdag 3 juli was ik met drie gedichten uit ‘Half Heel’ te horen in het radioprogramma Podium op Zaterdag, met Wouter Pleijsier. Op radio 4, in het tweede uur. Het is online terug te luisteren. Vanaf ongeveer 1:19 uur start de introductie gevolgd door het eerste gedicht, ‘Ik ben grond’. Daarna meteen ‘Wiegelied voor de Stad’ en ‘Papa kachelpijp’.

Beuister het via deze link

De presentator van Podium op Zaterdag, Wouter Pleijsier, kwam naar de uitgeverij om mijn gedichten op te nemen. Daar zat ik ingeklemd tussen twee kartonnen Louis van Gaals (vanwege de geluidsdemping) voor zijn microfoon.

Half Heel

De nieuwe dichtbundel Half Heel verscheen eind mei 2021.

Uit de aanbiedingsbrochure van Uitgeverij Nieuw Amsterdam:

“In Half Heel wordt de liefde bezongen voor een kind, een geliefde, een stervende vader, zusjes, een lap grond aan de rand van de stad, voor de verbeelding. Dwars door die liefde schrijnt de pijn van verlies. Van diersoorten en tailles die verdwijnen, van een wegstervende 20e eeuw en de levens die zij voortbracht, van het verlangen naar volle aandacht voor de dingen. Meedogenloos, maar ook met humor en wijsheid dicht Florence Tonk de wereld aan elkaar. Een krachtige en unieke dichter op haar best.”

“Uit dit werk klinkt een vrouwenstem die ik  eerder nergens hoorde of las in gedichten. Nee wacht! Dit werk stamt uit de school van Erika Dedinsky. Taal als oerkracht.” Anne Vegter

Omslagontwerp: Herman van Bostelen

Vertaalde poëzie bij ‘Ons Erfdeel’

Ons Erfdeel/The Low Countries liet vorig jaar een gedicht van mij vertalen naar het Engels door  poëzievertaler Paul Vincent. Zij kozen voor het gedicht ‘Een eigen oceaan’, dat ik eerder publiceerde in het Vlaamse poëzietijdschrift Het Liegend Konijn. Ik schreef het gedicht in 2018, in opdracht van het Nederlands Symfonie Project bij het Vierde Pianoconcert van Rachmaninov.

De vertaling werd gepubliceerd in vaste rubriek ‘Friday Verses’ op de website van Ons Erfdeel, waar ook de Nederlandse versie te lezen is.

An Ocean of its Own

I did not know I would be gone
forever when I left
when the century was almost over
in which jazz and a little later the two
of you were born, in the midst of
the murderous storm which in this corner
of the world, where I arrived,
would provide a few decades
of care, a conscience we could
not guarantee for long since
a new set of czars arose
new and different, yes, I call it evil,
and people are seduced again
they have forgotten the storm.

I left home as one does
could not know we wouldn’t be able
to talk anymore, that the two of you
were in fact already my children, that I would bear
a child of my very own, its eyes
yours, father, its love of summer fruit
yours, mother.
I went away. What lay between
us obtained its own measure,
an ocean of its own.

Wiegelied voor de stad in NRC

Het gedicht ‘Wiegelied voor de stad’ schreef ik al ruim een jaar geleden. Op zaterdag 12 oktober jl. stond het in de Amsterdambijlage van NRC. Een passende plek.

Lezing in de Leidse Hortus Botanicus

Woensdag 25 september geef ik een lezing in de Hortus Botanicus van Leiden. Aanleiding: mijn werk  als initiatiefnemer van de Wolkerstuin op Amstelglorie. Het programma in de hortus maakt deel uit van een groter programma rond Wolkers in Leiden. Ik zal vertellen over Wolkers’ liefde voor zijn volkstuin, een liefde die voor mij als volkstuinder en schrijver erg herkenbaar is. Ook vertel ik hoe we op Amstelglorie de tuin en het huisje van Wolkers, die er tuinierde van 1972-1980, in ere hebben hersteld. Onder meer door alle plantennamen uit zijn dagboeken te vissen en door bepaalde planten terug te halen uit zijn tuin op Texel, of opnieuw te kopen.

Tuinieren en schrijven omringd door een tuin, het is een beproefd recept. Vandaar dat we van de Wolkerstuin ook een gastschrijversverblijf hebben gemaakt.

 

De Wolkerstuin op Amstelglorie. (Foto door Rob van Essen)

 

 

 

Wegens succes verlengd

In een tweede reeks cursusbijeenkomsten in Huis de Pinto gaan we weer veel poëzie lezen en bespreken. Dit keer gaan we aan de hand van thema’s aan het werk. In het midden van de cursus verwelkomen we schrijver en poëzieliefhebber Thomas Verbogt en dichter Mustafa Stitou  als gasten. Zij zullen hun eigen favoriete gedichten met ons zullen delen en bespreken.

  • 10 januari: melancholie en vergankelijkheid
  • 14 februari: liefde (gast: Thomas Verbogt)
  • 14 maart: lichtheid en humor (gast: Mustafa Stitou)
  • 11 april: eigen inbreng van cursisten

kosten voor de hele reeks 50 euro | kosten voor een losse avond 15 euro
maximaal 15 deelnemers | reserveren via salon@huisdepinto.nl

 

Het plafond in de leeszaal van Huis de Pinto waar(onder) de cursus plaatsvindt.

Verlangen

Ik werd geboren in de langste nacht. Eigenlijk moet de winter dan nog beginnen. Toch voelt het voorjaar vanaf die dag al dichterbij. De dagen worden langer in plaats van korter en ik ga halsreikend uitkijken naar het langzame ontwaken van mijn tuin en bosjes zoals deze. Door mij geteeld en geplukt, gefotografeerd door Herman van Bostelen. Het flesje vond ik ooit bij een verlaten boerderijtje in Oekraïne. Ik vermoed dat er medicijnen in hebben gezeten. Nu zit er een ander soort medicijn in.

Optreden met Nederlands Symfonie Project

Op vrijdag 24 en zaterdag 25 augustus trad ik op met een nieuwe gedichtencyclus speciaal geschreven voor het Nederlands Symfonie Project.

  • Vrijdagavond 24 augustus in de Eusebius kerk in Arnhem,
  • Zaterdagavond 25 augustus in De Duif in Amsterdam.

Een speciale selectie van conservatoriumstudenten speelde stukken van Hendrik Andriessen (Ricercare), Rachmaninov (Vierde Pianoconcert) en Sjostakovitsj (Vijfde Symfonie). Dansers van het ArtEZ conservatorium in Arnhem toonden een choreografie bij Ricercare. Ik droeg bij ieder stuk een gedicht voor, met als overkoepelend thema isolement. De drie gedichten reageren op de verhalen over het ontstaan van de muziekstukken en werden een soort persoonlijk afscheid van de 20e eeuw.

Mijn speech bij de opening van de Wolkerstuin

Welkom iedereen, welkom Karina en Onno.

De eerste naam die Jan Wolkers aan zijn tuinhuis gaf, in 1972-73 was Het Smolny, naar een instituut voor adellijke meisjes in Sint-Petersburg, dat in 1917 het centrum van de proletarische revolutie werd. Later noemde hij het huisje Manderley, naar een landhuis in een roman van Daphne du Maurrier. Voor wie vanmiddag een rondleiding heeft gehad op de Wolkerstuin, even ter contrast beste mensen: Dit is het Smolny.

Waarom vertel ik dit? Nou hierom:

We zaten in dit clubhuis, in die hoek, in het voorjaar van 2016, nadat we in de krant hadden gelezen dat Amstelglorie door de gemeente Amsterdam was aangemerkt als strategische woningbouwlocatie. Onze huidige voorzitter, Erik Teusink was erbij, Teun van der Keuken, Anne Mariken Raukema, André Nientied. We waren geschrokken maar ook strijdlustig en zaten vol ideeën. Hoe maken we de wereld duidelijk bijzonder en waardevol deze volkstuinen zijn? Hoezeer Amstelglorie van belang is voor de buurt, de stad? Een stuk levende geschiedenis, landschapsgeschiedenis, ecologie, erfgoed? “We zouden een museum, nee een schrijvershuis moeten maken van het voormalige tuinhuis van Jan Wolkers,” riep ik.

Ten strijde
Net als Wolkers in de jaren 70, schrijf ik hier sinds 11 jaar boeken, meer schrijvers zouden dat moeten kunnen doen, vond ik. Alles van waarde hoeft niet weerloos te zijn: ten strijde!
Dat was het begin van de de Wolkerstuin op Amstelglorie. Samen zijn we begonnen om het waar te maken. Er ontstond een bijzondere magie, geluk, misschien. Maria Vlaar kwam bij onze groep, als oud-redacteur van Wolkers van onschatbare waarde vanwege haar netwerk, haar geweldige bestuurlijke ervaring en talent om subsidie aan te vragen. En die subsidies kregen we van het Lirafonds en het Prins Bernhard Cultuurfonds Noord-Holland. Met Hans Levendig onze huisaannemer zijn we het huisje gaan bekijken, vloertegels gaan lostrekken. We zagen het vergeetmenietblauw, dat Jan er veertig jaar geleden op smeerde, nog zitten.

Dorpje van Asterix en Obelix
Maria nodigde Karina Wolkers uit, die tot onze blijdschap ook wilde komen en met ons vele aanwijzingen en herinneringen aan haar voormalige tuinhuis deelde. Hoe zag de tuin eruit, hoe het huisje? Kiki Coumans en ik spitten de dagboeken door op plantennamen, inrichting. Onno Blom, Kester Freriks en anderen schreven over ons project in de krant. En toen zijn we gaan renoveren, bouwen, met een groeiende groep vrijwilligers die zich allemaal verbonden gingen voelen met het “Wolkershuisje” zoals we het hier op het park noemen. Sommigen van deze mensen, zoals Wim Hemker en de familie Wildeboer, hebben Jan en Karina persoonlijk nog gekend. Stuk voor stuk hadden ze goede herinneringen aan hen. Hoe aardig, hoe gewoon én hoe speciaal ze waren. En zo werd Jan Wolkers, postuum, een soort beschermheer van Amstelglorie. Honderdeneen jaar na de Russische revolutie is zijn tuinhuis symbool geworden voor ons kleine verzet, onze strijd voor het behoud van groen in groeiend Amsterdam. Als het dorpje van Asterix en Obelix hielden we stand: tegen het grote geld, tegen het uitsluitend denken in economisch rendement. Volk dat zich landheer voelt ‘op de tuin’, dat zijn wij, en dat was Wolkers.

Graven van pachtgrond
De Wolkerstuin staat daarmee symbool voor onze gezamenlijke geschiedenis en verbondenheid met deze grond, dit bijzondere en prachtige stuk klei en veen in de Amstelscheg. De Wolkerstuin staat voor verbondenheid met de natuur, met elkaar, met de stad en de buurt. Voor alles wat we de afgelopen jaren voor de zoveelste keer uit de klauwen van projectontwikkelaars hebben weten te redden. Dank aan velen hier in de zaal, voor al jullie steun, hulp en inzet bij het realiseren van dit mooie schrijfhuis op ons park. Maria gaat straks al jullie namen noemen.

Wolkers, die zijn tuinhuis zulke adellijke namen gaf, was hier op Amstelglorie een graaf van pachtgrond. En wij Amstelglorianen doen, en zijn, dat allemaal: graven van pachtgrond. Daarover schreef ik in 2015 een gedicht waar ik graag mee afsluit: 

 

Pachtgrond

Wees op de troost
die je beplantte,
waar je verbouwde
een blauwgroene
schuur bouwde waar
je rivierklei, roet
af moet wassen (de uitlaatgassen)
verkeer op je troost
in de oksel van wegen

waar je niet woont maar huist
een plek om te weten
wat er moet gebeuren waar
je vandaan komt, je plaats is
wat je verloor of niet
langer wil weten

ben, wees op die plek
om stekken, lege handen
volle agenda’s de grond
in te steken
verlaten te zaaien, beul
je af, graaf
van pachtgrond om scherven
uit andere eeuwen te oogsten
gedichten
te slapen, te lezen.

(dit gedicht verscheen in het Vlaamse poëzietijdschrift Het Liegend Konijn in 2015)